… de galcrisis!
Het is me wel een bewogen week geweest. Zaterdag was ik met vrienden in de Ierse Pub gaan kijken naar de rugby wedstrijd Ierland-Fiji. Welke Ierland op grandioze wijze heeft gewonnen. Erna nog iets gaan eten in de net ontdekt Italiaanse bistro Terra Sarda en dan richting huis. Thuis aangekomen nog wat tv gekeken en tegen middernacht krijg ik een stevige pijn in mijn buik. Ik ben toch in slaap gesukkeld en tegen een uur of half 2 word ik weer wakker met een enorm intense pijn in mijn buik. Zo erg dat ik niet goed weet wat doen. Het lijkt wat op maagkrampen of pijn in mijn buik geïnflicteerd door mijn normale rugpijn, dus ik denk dat er iets niet goed verteerd geraakt. Maar het is ook niet zo dat er iets zijn weg terug naar buiten zoekt. Ik beslis rond half 3-3 uur toch maar een pijnstiller (panadol codeïne) te nemen, maar de pijn blijft hevig. Zo hevig dat ik niet kan liggen, niet kan zitten, niet kan staan, niet kan wandelen zonder pijn.Ik ken deze pijn het beste omschrijven als een grote steen (1/4 van de buik) die in je buik zit en die altijd, in eender welke houding, op iets verkeerds drukt.
Een half uur nadat ik mijn pijnstiller heb genomen, beslist mijn avondeten toch om het hazepad te kiezen. En tegen 4 uur beslis ik vanwege de té intesne pijn om richting ziekenhuis te gaan. De vraag is enkel hoe. Ik besluit om zelf te rijden om dan mijn gedachten even te kunnen verzetten. Na 5 minuten autorijden kom ik aan op de spoeddienst van het Sint-Vincentiusziekenhuis te Antwerpen. Ik wordt ingecheckt en naar box 2 begeleid. De verpleger luistert naar mijn verhaal en trekt bloed en zet een baxter klaar. Hieraan wordt een pijnstiller toegevoegd. Maar dat leek niet te helpen. De dokter kwam erbij en duwde op mijn buik en bevestigde de vermoedens van de verpleger: galstenen. Ik zou ineens opgenomen moeten worden. Maar vermits de pijn niet leek weg te ebben werd er nog een spuit morfine bijgespoten. Dit zou na 10 minuutjes moeten helpen, maar ik voelde niet veel verschil. Vervolgens hebben ze er nog een 2de spuit bijgedaan en dan pas voelde ik de pijn verdwijnen. Ik moest ook langs de RX om te zien of de galstenen al gekristalliseerd waren en dus zichtbaar op een gewone RX, maar dat was niet het geval. Uit mijn bloedonderzoek bleek ook dat ik geen infectie had, wat bemoedigend nieuws was, gezien de omstandigheden. Om nierstenen uit te sluiten moest ik ook nog in een potje plassen. Maar plassen zat er niet direct in. Nadat dat dan gelukt was, kreeg ik het nieuws dat het resultaat van de urine goed was en ik dus geen nierstenen heb. Ze hebben vervolgens onmiddellijk een kamer geboekt.
Om half negen werd ik naar de 6de verdieping gebracht. Alwaar ik in zo’n operatieschort werd gestoken en in een bed. Na enige tijd, de verpleegsters zijn ondertussen de andere mensen in mijn kamer aan het wassen, moet ik plassen en de verpleegster stelt voor om een zeefje te gaan halen. Ik vroeg me onmiddellijk af waarom. Bleek dat de spoedverpleegster (na wisseling van de wacht) het niet zo goed begrepen had en me had laten opnemen en doorverwezen naar een uroloog. Ik zei dus tegen de verpleegster dat ik galstenen had, ze is vervolgens in mijn dossier gaan kijken en dat bleek ook. Dus ik mocht zonder zeefje richting toilet vertrekken. Een goede vriendin van me, Sara, is ook verpleegkundige op deze dienst en heeft me ondertussen opgemerkt tussen de andere patiënten en heeft onmiddellijk naar speod gebeld om te verifiëren en de doorverwezen dokter aan te passen. Soms helpt het echt om mensen te kennen. Tegen de middag heb ik dan een echografie moeten ondergaan en daar bleek dat 1/3de van mijn gal uit kleine steentjes bestond. En de dokter die de echografie nam, bevestigde aan de hand van mijn symptomen die nacht dat ik een galcrisis had gehad.
De volgende dag zou mijn gal verwijderd worden met een kijkoperatie. Dit is allemaal redelijk vlekkeloos verlopen. Maar toen ik wakker werd na de operatie deed mijn buik zo’n pijn dat ik niets anders kon dan uitroepen: Pijn! Pijn! Pijn! De verantwoordelijke van de recovery zei me toen dat ik reeds pijnstillers heb gehad, waarop ik antwoordde dat het niet genoeg was. Na een tijd werd de pijn minder en mocht ik dan toch richting kamer. Ik heb niet veel last gehad van nawerkingen van de narcose, denk ik. ‘s Avonds zijn Veerle en Sigrid me komen bezoeken en Veerle wou eens testen hoe hoog mijn bed wel kon. Toen mijn bed zowat op zijn hoogste stond gaf het ineens geen krimp meer. Noch op en neer, noch rechtzitten of platliggen werkte nog. En zo heb ik dus een hele nacht wa kramikkel moeten liggen. De volgende morgen werd er een tijdelijk bed gebracht. Want ik was er nu wel uitgeraakt, maar ik geraakte er niet meer in. Toen het tijdelijke bed er was, is er nog een co-assistente gekomen om 1 van de 4 incisie van de kijkoperaties opnieuw te naaien, want die was losgekomen. Het was de incisie in de navel. Ze heeft er 5 keer ingeprikt om verdoving toe te voegen. Vervolgens met een andere naald geprikt om te voelen of ik nog iets voelde, welk het geval was en dan heeft ze nog 2 keer verdoving bijgespoten, opnieuw voelen en dan nog eens 2 keer verdoving moeten bijspuiten. Ik denk dat mijn lichaam iets te goed tegen pijnstillers/verdoving kan.
Woensdag mocht ik dan richting huis, alwaar ik nu zit verder te recupereren. Ik heb een ziektebriefje tot 12/12 en hoop dat ik rond 12/12 dan ook niet te veel last meer ga hebben.
Tot zover in’t kort mijn omzwervingen deze week. Ik wens niemand een galcrisis toe, ook mijn ergste vijanden niet.